Op de werf

Jullie zijn op de werf aan het schuren aan jullie kajuitbootje waarmee je al 20 jaar over de Friese wateren hebt gevaren, heel veel met de kinderen, nu weer met z’n tweetjes. Jullie zien dat door het vele schuren het hout erg dun is geworden.

Jules: jou komt het varen je zo langzamerhand de neus uit. Je wilt met de trein naar Budapest, Kroatië, maakt niet uit. Desnoods alleen of met je zoon

Robin: jij hebt al een aanbetaling gedaan voor een nieuwe boot, alleen weet Jules dat nog niet


IJS

Het kind slaapt nét. Eindelijk. Elk geluidje kan ‘m weer wakker maken. Hij sliep zo moeilijk omdat-ie haarfijn aanvoelt dat jullie al de hele avond kwaad zijn op elkaar en geen woord met elkaar gewisseld hebben. Naar hem poeslief, maar tegen elkaar: niets. Geen woord. Het verlangen is er wel, maar jullie zijn allebei te koppig om als eerste te beginnen. En dat blijft zo. De hele avond.

Wat vanavond wél moet gebeuren is dat de huiskamer nou eindelijk eens ingericht wordt na de verhuizing vorige week, want morgen komen de ouders op visite. Gelukkig is de drank al wel uitgepakt. Uiteraard.


Bij de printer

Eigenlijk zijn jullie verliefd op elkaar, maar tot nu toe hebben jullie dit geen van beiden laten blijken. 

Robin, jij bent afdelingshoofd en je staat op het punt Sjuul te ontslaan, omdat je vermoedt dat er een onhoudbare situatie gaat ontstaan. Je hebt er wel heel veel moeite mee, maar het kan niet anders

Sjuul, jij weet dat Robin richting het hogere management een iets te rooskleurig beeld heeft geschept van de winstcijfers van de afdeling. Dat weet je, omdat jullie dat samen bekokstoofd hebben

Jullie staan bij de printer. Er zit een blaadje vast