Het huis

Jullie zijn bij de wake van jullie vader. De kist staat in de kamer. Deksel open. Straks komt de rest van de familie die jullie al een tijd niet hebben gezien. Eigenlijk hebben jullie wel zin in een familie-reünie. Jullie zijn al een tijdje aan de wijn

René(e) is kunstenaar en heeft het niet breed. Is sentimenteel en wil in het ouderlijk huis gaan wonen, maar kan zich dat eigenlijk niet veroorloven.

Michel(le) daarentegen werkt op de Zuidas en denkt dat er wel een goede prijs is te behalen voor het huis

 

Op de werf

Jullie zijn op de werf aan het schuren aan jullie kajuitbootje waarmee je al 20 jaar over de Friese wateren hebt gevaren, heel veel met de kinderen, nu weer met z’n tweetjes. Jullie zien dat door het vele schuren het hout erg dun is geworden.

René(e): jou komt het varen je zo langzamerhand de neus uit. Je wilt met de trein naar Budapast, Kroatië, maakt niet uit. Desnoods alleen of met je zoon

Michel(le): jij hebt al een aanbetaling gedaan voor een nieuwe boot, alleen weet Rene(é) dat nog niet

IJS

Het kind slaapt nét. Eindelijk. Elk geluidje kan ‘m weer wakker maken. Hij sliep zo moeilijk omdat-ie haarfijn aanvoelt dat jullie al de hele avond kwaad zijn op elkaar en geen woord met elkaar gewisseld hebben. Naar hem poeslief, maar tegen elkaar: niets. Geen woord. Het verlangen is er wel, maar jullie zijn allebei te koppig om als eerste te beginnen. En dat blijft zo. De hele avond.

 

Wat vanavond wél moet gebeuren is dat de huiskamer nou eindelijk eens ingericht wordt na de verhuizing vorige week, want morgen komen de ouders op visite. Gelukkig is de drank al wel uitgepakt. Uiteraard.