Vuurtje blussen

A en B, jullie zijn een brandweerstelletje.

A, jij bent een fanatieke sporter die bijna dagelijks traint in de sportschool, of in jullie eigen huis-gym boven.

B, na een aantal incidenten ben jij het wat rustiger aan gaan doen en dat bevalt wel. Jullie hebben vorige week een trainingsvakantie in Noorwegen geboekt. 

Jullie vertrekken morgen. 


Ik kan het niet alleen.

Persoon 1, jij bent trotse ouder van persoon 2, die wereldkampioen is in schaatsen. Toen jij op jonge leeftijd een passende sport zocht voor je kind, hadden jullie niet gedacht dat 20 jaar later een gouden plak om de nek zou hangen. Al sinds kleins af aan staat jouw leven in het teken van de sport van zoon/dochter. Zo sta jij bij elke wedstrijd te roepen aan de kant, heb je de studie sportmassage opgepakt en ben jij bij verlies het klankbord.

Persoon 2, jij hebt jaren lang getraind en een half jaar geleden kreeg jij voor je prestatie je eerste medaille. Een gouden zelfs! Maar jij weet dat jij deze prestatie niet alleen hebt bereikt. Zonder deze hulp had jij natuurlijk nooit gewonnen. Vandaag moet jij gaan vertellen dat je doping hebt gebruikt.


The Chain

Speler 1, jij las vorige week een artikel in de Correspondent over de misstanden in de vrouwelijke turnwereld.

Je las hierin dat vrouwen bij sportscholen met olympische ambities gepusht worden om door te zetten. Trainers blijken over meerdere grenzen van de jonge sporters te gaan en ondanks dat er al meerdere misstanden aan het licht gekomen te zijn, trainers opgestapt zijn en besturen beterschap hebben beloofd, is het artikel somber.

Speler 2 is jouw dochter. Ze is een beroemde turnster die al op jonge leeftijd vele prijzen won. Door het artikel begin je je af te vragen of dit ook jouw dochter overkwam. Je besluit tijdens het afwassen hiernaar te vragen.