Lieve buurvrouw

A, jij bent de meest geliefde buurvrouw van de straat. Jij organiseert het jaarlijkse straatfeest, de bloementjes voor de zieken en staat altijd klaar. Iedereen noemt jou ‘de sterke vrouw’. Zo heb je ook een langlopende band met je buren.

B, als zoon van de buurvrouw kom jij al jaren iedere week bij A over de vloer. Als inmiddels volwassen zoon van A’s buurvrouw, snap je nog steeds niet waarom jij nog altijd iedere week naar A gaat. Tot vanavond.



Vriendschap is toch niet uit te drukken in geld?

Persoon 1, je werkt als gastspreker bij veel grote bedrijven. Tijdens jouw werk spreek jij op verschillende evenementen en wordt jouw verblijf en eten betaald door het bedrijf dat jou inhuurt. Je goede vriendin Persoon 2 heeft het niet breed en daarom nam je haar geregeld mee wanneer je weg ging voor je werk.

Persoon 2, jij keek altijd op van deze luxe, de heerlijk ontbijtjes en extravagante diners. Als bedankje hiervoor heb jij, als verrassing Persoon 1 op een uitje getrakteerd. Jullie hebben gisteren lekker gewandeld, een klein patatje gegeten en vannacht verbleven jullie in een simpel hotelletje.

Persoon 1, dit alles was onder jouw standaarden, het eten was simpel, er sliep een drugsbende boven jullie en je hebt de hele nacht geen oog dicht gedaan.

Als overmaat van ramp, blijkt het ontbijt te bestaan uit een simpel beschuitje met wat verlepte aardbeien. Je bent ‘not amused’. Jullie lopen het hotel uit om nog een dagje te wandelen.  Je worstelt met de gedachte om Persoon 2 niet nog eens mee te nemen op een werktripje.


Ik zou wel willen weten waarom hij van die lelijke kunst maakte.

Persoon 1, jij moet binnenkort verhuizen naar een ander, kleiner huis. Je hebt veel van je dagelijkse spullen al ingepakt, maar weet dat de grootste klus nog moet komen; de zolder. Hier ligt alles van jouw zoon opgeslagen, die tien jaar geleden door een auto-ongeluk om het leven is gekomen. Je weet dat je niet alles mee kunt nemen, maar vindt het moeilijk om te bepalen welke dingen weggaan en waar dan heen.  Je hebt je vriendin Persoon 2 gevraagd om te komen helpen bij het inpakken. Persoon 2, Persoon 1 heeft jou van te voren gevraagd sterk, rigoureus en steunend te zijn bij deze opruimactie.


Wij hadden een afspraak!

Persoon 1 en Persoon 2, jullie kennen elkaar uit de gevangenis. Jullie hebben 5 jaar op dezelfde afdeling gezeten. Terwijl jullie samen jullie tijd uitzaten klikte het en begonnen jullie met plannen bedenken voor wanneer jullie vrij kwamen. Jullie wilden je leven beteren en gezamenlijk een kroeg opzetten.

Persoon 2, jij bent een week geleden vrij gekomen en vandaag zou ook Persoon 1 vrijkomen. Maar een recent onderzoek gooit roet in het eten; hieruit blijkt dat Persoon 1 al 3 jaar lang illegale spullen de gevangenis binnen smokkelde. Hij is op heterdaad betrapt en daardoor wordt zijn straf verlengd. Persoon 2, jij wist niets van deze handel en hebt hier ook niet aan meegewerkt.

Jullie ontmoeten elkaar tijdens het bezoekuur.


Het is onvoorstelbaar, wat ik bij anderen gedaan kan krijgen.

Jullie zijn al jaren kroegvrienden en ontmoeten elkaar elke donderdagavond in kroeg ’t Ankertje’. Jullie kennen elkaar van deze kroeg, waar jullie elkaar ontmoette aan de bar. Standaard beginnen jullie met een maaltijd en een pilske, daarna een kopje koffie en nog 5 biertjes. Deze vaste volgorde houden jullie al jaren vol. Totdat jij, Persoon 1, hier drie weken geleden hier plotseling mee stopte. Zonder ook maar iets aan Persoon 2 duidelijk te maken, kwam jij 3 weken niet opdagen. Persoon 2 , jij bent al die tijd trouw blijven gaan en elke week hoopte jij dat Persoon 1 weer door de deur kwam. Vorige week wist de bardame je te vertellen dat Persoon 1 nog een immens grote rekening open heeft staan, maar dat ze hem niet kon bereiken om deze te betalen. Vandaag zie je, op weg naar de kroeg, Persoon 1 over straat lopen. Na wat twijfel besluit jij navraag te doen wat er met je goede kroegvriend aan de hand is.